Esters toespraak Dodenherdenking Oosterhesselen 2025
Wat is vrijheid?
Hier kun je Drents praten. Maar als ik plat Westlands zou praten en mijn man Fries zou praten, dan zouden jullie niet zeggen van hé, praat eens even gewoon!
In tijden van oorlog is dat wel anders. Dan meent de één te mogen bepalen over het lot van de ander. Als dat ernstig uit de hand loopt, dan is het hek van de dam.
Als 57-jarige werk ik dagelijks in de kinderopvang, met collega's en jonge, opgroeiende kinderen. Eén van mijn liefste bezigheden is het voorlezen, vertellen en uitwisselen van verhalen. De kinderen hebben waardevolle gesprekken met ons. Ook bedenken we samen leuke verhalen.
Het is een groot goed om te mogen denken wat je zelf wilt, en daarmee te zijn wie je bent. Als je dat dan vervolgens ook nog mag opschrijven en voordragen aan de mensen in jouw geliefde dorp, waar je al bijna dertig jaar woont... dan voel je je een bevoorrecht mens. Bevoorrecht, omdat er te veel mensen in deze wereld zijn die de vrijheid helaas niet hebben of voelen.
Vrijwel elk jaar ga ik naar de Dodenherdenking in ons dorp Oosterhesselen, landelijk gelegen tussen de weilanden. Als het gaat om typisch dorpse tradities dan is de Dodenherdenking voor mij één van de belangrijkste tradities in het jaar. Eerst het Paasvuur, dat je helpt om oude ervaringen los te laten. Dat helpt om open te staan voor het nieuwe, en de sterke verbinding te voelen in een dorpsgemeenschap. Dan de Dodenherdenking, die ruimte biedt voor bezinning...en die mij dichter bij opa brengt.
Opa Leo Scholtes was de vader van mijn moeder. Volgens de overlevering was hij een lieve, gevoelige, humoristische man met een grote vrijheidsdrang. Ik denk dat ik op niemand in de familie zo veel lijk als op mijn overleden opa, die ik nooit gekend heb.
Leo woonde met zijn vrouw en drie jonge kinderen in Zoeterwoude. Mijn oma was zijn grote liefde, en hij was stapelgek op zijn drie kinderen. Leo was directeur van een vleesfabriek in Hazerswoude. Als hij thuiskwam van zijn werk, liet hij alles uit zijn handen vallen en ging hij eerst uitgebreid knuffelen met de kinderen.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitse troepen Nederland binnen. Na het bombardement op Rotterdam - op 14 mei 1940 - was Nederland genoodzaakt om zich over te geven. Die datum is bepalend geweest in het leven van veel mensen. Zo ook in het leven van het gezin Scholtes.
De ochtend van de veertiende mei 1940 schudde Leo huilend een pak gortpap leeg over zijn bord. De tranen biggelden over zijn wangen. Zijn vrouw - mijn oma - vroeg hem waarom hij toch in één keer zo moest huilen.Leo antwoordde iets in de trant van:"De Joden...ik maak mij zo ontzettend zo veel zorgen om de Joden." Huilend gaf hij zijn grote liefde een kus op de wang. Even later zwaaide hij haar uit, in zijn Amerikaanse Diamond T vrachtwagen.
Aan het einde van de middag reed Leo samen met zijn collega - Louis de Frankrijker - in zijn Diamond T over de Steekterweg, vlakbij Zwammerdam. Zij naderden een militaire kolone en moesten achter deze kolone blijven rijden. Er volgde een bombardement vanuit de lucht, waarbij er meerdere burgerslachtoffers vielen. Leo en Louis kwamen om het leven bij dit bombardement. Mijn oma heeft haar hele leven gerouwd om dit grote verlies. Ruim een week later werd mijn moeder - de kleine Anna - drie jaar. Het werd de meest trieste verjaardag van haar leven.
Vanaf dat moment stond Anna's leven (tot op heden) in het teken van 'goed willen maken wat niet goed te maken valt'. Mijn oma hertrouwde later met Jan, en kreeg nog twee kinderen. Anna was uitermate dienstbaar in het gezin. Later trouwde ze met mijn vader Hugo. Ze kregen vier kinderen.Mijn moeder heeft lange periodes een niet echt blije moeder gekend. Zelf werd ze wél een blije moeder. Anderzijds voelde ik als kind haarfijn het onderliggende leed, waar ik mij verantwoordelijk voor voelde als een tweede natuur. Ik dacht dat dit normaal was, maar dat was het natuurlijk niet.
Toch genoot ik van een heerlijke jeugd in het Westland, met twee broers en een zus. Mijn vader was tuinder van beroep. Ik had een bijzondere band met hem. Hij overleed in december van het vorige jaar, op 87-jarige leeftijd. Wij speelden vroeger graag op het erf van mijn vader. We bouwden hutten en zwommen in de sloot.
Mijn moeder cijferde zichzelf weg. Ik volgde dat 'voorbeeld' in mijn leven op, totdat ik er letterlijk bijna bij neerviel, tijdens het doormaken van een zware psychische ziekte. Ik herstelde fantastisch goed en ik wist:het moet nu anders! Zoals mijn man Hessel het zo mooi verwoordt: "Jij bent Atlas niet. Je hoeft niet het leed van de wereld op je schouders te dragen." Gedurende vele jaren van herstel heb ik de grote klus geklaard om de vicieuze cirkel te doorbreken, met één groot doel: onze kinderen hoeven geen Atlas te zijn. en ikzelf ook niet.
Zoals ik al zei: het is een groot goed om te mogen zijn wie je bent. Te denken wat je zelf wilt, dit op te schrijven en voor te dragen aan anderen. Die mentale vrijheid kon ik pas ten volle ervaren na de publicatie van mijn eerste roman.
Momenteel lees ik het boek 'De zin van het bestaan', van professor Viktor Frankl. Deze hoogleraar in de neurologie en psychiatrie overleefde de gruwelijkheden van diverse concentratiekampen.
Bij deze een citaat uit dit boek:
"De levensomstandigheden in de concentratiekampen waren voortdurend gericht op de geestelijke ontwrichting van de gevangenen. Ieder vertrouwd levensdoel werd hun ontnomen. Slechts de 'laatste menselijke vrijheid' bleef overeind: de eigen houding te kiezen in een bepaalde situatie. Deze allerlaatste vrijheid was van grote betekenis in de gedachtegang van Frankl."
Naar aanleiding van dit citaat wil ik mijn verhaal beëindigen met een tip voor kinderen en jongeren. Er komt veel op je af in deze wereld, die zo snel verandert, dat je het amper kunt bijhouden. Voor sommigen is dat prima. Voor anderen gaat het veel te snel en is het veel te ingewikkeld. Wat is van jezelf, wat is van de ander? Wat wordt er van je verwacht? Wat wil je zelf? Hoe ga je dit vormgeven?
In oorlogstijd werd aan mensen geadviseerd om een dagboek bij te houden. Deze oproep bereikte de mensen via de radio. Een dagboek om vast te leggen wat je meemaakt, maar ook om gehoor te geven aan je eigen stem en gevoelens.
Dus mijn tip is simpel: schrijf het op. Als je van schrijven houdt, houd dan een dagboek bij. Het maakt niet uit of je vindt dat je wel of niet goed kunt schrijven. Daar gaat het niet om. Het gaat er alleen maar om dat je met schrijven je gedachten vrij houdt en maakt. Dat wat van jou is, blijft van jou. Wát anderen ook zeggen. Je geeft jezelf hiermee een groot cadeau, namelijk: het laten horen van je eigen stem. De stem waarmee je praat. Maar ook de stem van jouw gedachten, die er altijd en overal mogen zijn, wát andere mensen ook zeggen of doen.
En wie weet, sta jij hier volgend jaar jouw eigen tekst voor te dragen. Want hier kun je Drents praten. Maar ook Hollands. Of Westlands. Of Fries. Zelf houd ik het maar bij Hollands of Westlands. Want het Westlands is mijn moedertaal.

Reacties
Een reactie posten